Over sterretjes en nagellakremovervlekken

Ik doe weleens van die dingen waarvan je denkt: Kim, doe het nou niet. Gewoon maar niet. Zo stopte ik laatst mijn telefoon in een rugzakje. Niets aan de hand, zou je zeggen, maar het lot wil dat in diezelfde tas ook mijn sleutels zaten. En iedereen weet, sleutels en telefoon in dezelfde tas, dat betekent niet veel goeds.
Er was eerst nog niet zoveel aan de hand. Totdat ik het rugzakje afdeed en neergooide. Op de grond. Het was dan wel vloerbedekking, maar blijkbaar toch hard genoeg om schade aan te richten. Toen ik mijn telefoon er daarna uithaalde, zat er een prachtige barst in. Zo’n ster. Met drie punten.

Ik kon er wel om lachen. Want 1) hij was toch maar veertig euro 2) hij werkt nog prima en daar gaat het om en 3) nu kan iedereen zien dat hij van mij is. Want zo’n scherm met ster, dat is wel typisch Kim.

Mijn andere apparaat heeft namelijk een soortgelijke verwonding. Ietsjes erger nog zelfs. Het eerste letsel werd hem al toegebracht toen ik hem net drie weken had. Een klein barstje in de bovenhoek. Ach ja, dat hoort erbij. Littekens maken de iPod, zeggen ze weleens.
Toen liet ik ‘m van de trap vallen. Het resultaat van deze spannende hindernisbaan was een mooie barst. Alweer in de linkerbovenhoek. Het had wel wat.

Een paar maanden later was ik mezelf een manicure aan het geven en ondertussen blogjes aan het lezen op jawel, mijn iPod. Ik was druk mijn nagellak er aan het afboenen, het flesje nagellakremover stond zonder dop gebroederlijk naast mijn iPod, maar handig als ik ben moest ik deze vriendschap verstoren door het flesje om te stoten. Ik en mijn iPod snel naar de badkamer, maar het mocht niet baten. Een permanente lichte vlek in de linkeronderhoek van het scherm was het gevolg. Het geeft een soort 3D-effect, dat is dan wel weer leuk.

En toen gebeurde hetgene wat mijn iPod tekende voor het leven. Iemand stond per ongeluk om mijn tas waar mijn iPod inzat en toen zei hij krak. Ik vond het niet echt een ramp van wereldformaat, maar we hebben toch maar even de verzekering ingeschakeld. En geloof me, soms kan de verzekering heel lief zijn.

Ik zou een nieuwe iPod kunnen kopen, maar ik wacht toch nog even. Mijn iPod (mét ster, vlek en barst) werkt namelijk nog prima en zolang hij nog muziek afspeelt en mij voorziet van internet is hij mijn beste maatje. We hebben een speciale band, mijn iPod en ik. Zo eentje waarbij het uiterlijk niet uitmaakt, maar de binnenkant telt. Dat is nou wat je een goede relatie noemt.

Chaos is my middle name


bron

Toen wij bij Engels de opdracht kregen elkaar aan de hand van kaartjes met daarop eigenschappen te omschrijven was diegene die iets moest zeggen over mij snel klaar. Ik deed er voor haar een stuk langer over en toen ik haar vroeg hoe het kon dat ze zo snel klaar was zei ze ‘Ik zag een perfect kaartje liggen: chaos.’

En ja, daar heeft ze wel een punt. Chaos is my middle name. Mijn kamer, mijn schooltas en vooral mijn hoofd, op dat alles is dat woord perfect toepasbaar. Ik vergeet dingen (meestal wel relatief onbelangrijke dingen, gelukkig), raak van alles kwijt, gooi van alles om en de gedachten in mijn hoofd dwarrelen allemaal dwars door elkaar heen te dwarrelen.

En blijkbaar kom ik ook zo over op andere mensen. Een docente van mij herinnert mij zich nog steeds als ‘dat ene meisje dat drie jaar geleden in de bioscoop in Brussel haar kaartje kwijtraakte’ en een andere als ‘dat ene meisje wiens portemonnee ik in Londen uit haar tas heb gejat om te demonstreren hoe gevaarlijk het er wel niet uitstak’. Voor docenten met wie ik nooit op excursie ben geweest zal het hoogstwaarschijnlijk zijn: ‘dat ene meisje dat haar huiswerk vaker niet dan wel maakt, haar boeken vergeet, nooit stilzit of stil kan zijn, teveel praat en teveel voor zich uit staart’. Yup, that’s me.

Of het erg is? Nou, ik moet zeggen dat ik soms helemaal gestoord word van mezelf en soms gráág zou willen dat ik ietsjes geordender en rustiger in mijn hoofd was. Minder drukte, minder gepieker, minder vergeten, het lijkt me best lekker. Aan de andere kant vind ik het ook wel prima, die chaos. Die kleine, gekke, spontane, chaotische dingen maken het leven immers net een beetje leuker.

Dit blogje is geschreven n.a.v. van de Wijvenweek dag vijf.  

Ooit

Wijvenweek dag 4: dromendag

Ooit ga ik een heel mooi huis kopen dat niet groot hoeft te zijn, maar wel leuk en sfeervol. Waar het staat weet ik niet, misschien moet het zelfs nog wel gebouwd worden. Het hoeft er geen steriele boel te worden, het mag best een beetje rommelig zijn en eruitzien alsof er daadwerkelijk in geleefd wordt. Het mag er zo uitzien of zo of zo… tenminste, dat vind ik nu.

Ooit ga ik een geweldige baan krijgen. Ik hoef niet per se bakken met geld te verdienen maar wel genoeg om een leuk leven van te kunnen leiden. Ik ga elke dag met plezier naar mijn werk maar ga met net zoveel plezier weer naar huis. Ik mag daar allemaal dingen doen die ik leuk vind, maar ik weet nog niet precies wat. De collega’s zijn in ieder geval aardig en de koffie is Starbucks maar dan goedkoper en de lekkere–broodjeszaak zit om de hoek.

Ooit ga ik verliefd worden op een heel leuke, lieve jongen of tegen die tijd een man die mij net zo leuk en lief vind en met wie ik allemaal mooie dingen ga doen. We maken reisjes en zoenen onder de Eiffeltoren/op het strand van Scheveningen/in de achtertuin/op de top van de Mount Everest, maar we kunnen ook gewoon op de bank een film kijken, nog voor de film afgelopen is in slaap vallen, de volgende ochtend wakker worden en elkaar zelfs met ochtendadem en uitgelopen mascara nog lief vinden.

Ooit gaan mensen inzien dat oorlog niet de beste oplossing is en slechts leuk is om tachtig jaar later boeken over te lezen. Oorlogsvoerders gaan inzien dat je niets bereikt met mensen vermoorden, maar veel meer met onderhandelingen. Mensen gaan niet meer dood omdat ze niet geholpen worden en er zijn nieuwe, geweldige behandelingen gekomen voor nare ziektes. Hoe we de wereldoverbevolking dan gaan oplossen weet ik niet, maar daar verzinnen we ook wel voor.

Ooit ga ik een heel oude oma zijn en woon ik samen met mijn ook heel oude man in een schattig huisje. Ik heb jarenlang een leuke baan gehad, ben dan met pensioen, ben al een eeuwigheid samen met mijn grote liefde en heb voor een hele rits nakomelingen gezorgd. Als ik alles wat erin zat uit het leven heb gehaald en tevreden ben met wat het mij en de mensen van wie ik houd heeft opgeleverd mag ik er van mezelf tussenuit glippen. Maar dat duurt nog lang. Gelukkig.

Ooit.

Ik denk te graag na over later. Hoe zie jij je toekomst?

Schoonheid


Uit de ‘Echte vrouwen’-campagne van Dove. 

schoon·heid de; v 1 de eigenschap mooi te zijn 2 -heden iets moois: zij is een ~!

In Afrika zijn stammen waar vrouwen het knapst worden gevonden als ze héél dik zijn. Voor elke vetrol een huwelijksaanzoek, zoiets. Dat heeft alles met de cultuur te maken: een dik iemand kan zich blijkbaar veel voedsel veroorloven, heeft dús veel geld, dús veel status. Zo werkt dat in Afrika.

In de hedendaagse westerse wereld is het schoonheidsideaal (even alleen wat betreft het figuur) voor vrouwen vooral slank. Zonder buikje, vetrollen, kipfilets of onderkin. De media overtuigen ons van het belang van het slankzijn. Het lijkt alsof ze ons alleen willen vertellen dat het gezonder is, maar natuurlijk spelen ze ook slim in op ons verlangen om aan het schoonheidsideaal te voldoen.

Dus willen Nederlandse meisjes slank zijn. Want dan zijn ze mooi. Als diezelfde meisjes geboren zouden zijn in Afrika zouden ze er het liefst zoveel mogelijk vet bij willen kweken. Want dan zouden ze  mooi op z’n Afrikaans zijn.

Wat wij mooi vinden, hangt af van de cultuur waarin we opgroeien. In het universele woordenboek staat geen concrete definitie van schoonheid. Er wordt per cultuur vastgesteld wat zou moeten worden beschouwd als mooi: het schoonheidsideaal. Mensen willen daar graag aan voldoen om geaccepteerd worden door de maatschappij. En daar zijn we (bijna) allemaal schuldig aan. Vrijwel iedereen vindt zijn uiterlijk in een zekere mate belangrijk. Ik ook. Ik voldoe ook niet bepaald aan het westerse schoonheidsideaal (het spijt me als je me had voorgesteld als een barbie) en ja, ik maak mezelf graag een beetje mooier en probeer dat wat ik niet mooi vind aan mezelf te verhullen. En dat allemaal voor de maatschappij. Misschien onbewust, maar de wereld om je heen speelt nu eenmaal een grote rol in hoe jij eruit wilt zien. Zowel hier in het westen als bij de Afrikaanse stammen. Wat ergens anders mooi is is hier niet mooi en andersom.
Zij we daarom allemaal niet ergens mooi?

Deze blog is geschreven in het kader van dag één van de Wijvenweek

Meelooptweedaagse


bron

De afgelopen week was het hier (voor de verandering) even stil. Ik had het druk: er moest een profielwerkstuk worden afgemaakt, Franse woordjes en een herkansing economie worden geleerd en dat allemaal vlak na een vakantie waarin ik (ook voor de verandering) niet zoveel had gedaan.

De week begon echter met een paar dagen randstadten. Zondag nam ik de trein naar Leiden, waarna ik twee nachten sliep bij goede vrienden van mijn ouders in een dorp vlakbij. Dat was niet zomaar voor de lol, maar met het oog op mijn toekomst. Maandag en dinsdag had ik namelijk twee meeloopdagen op de Universiteit Leiden!

Maandagochtend heb ik een aantal colleges gevolgd bij Nederlandse Taal en Cultuur. Ik vond ze stuk voor stuk erg interessant en mijn enthousiasme voor de studie werd dan ook weer een beetje aangewakkerd. Er is echter één probleempje, ik houd er niet van om en plein public te praten en dat is, ook als je niet voor de richting kiest die daar betrekking op heeft, een belangrijk onderdeel van de studie.

Dinsdagmiddag ging ik naar Film- en literatuurwetenschap. Kort gezegd draait deze studie om het analyseren en interpreteren van film en literatuur. Het eerste collega ging over poëzieanalyse. Dit heb ik in de vijfde klas gehad en daardoor kon ik het college goed volgen. Ik heb interpreteren altijd al leuk gevonden en begon er al helemaal naar uit te kijken om dat zelf te mogen doen.
Het tweede college was Wereldliteratuur, waarbij Laura ook aanwezig was. Zij had mij van tevoren verteld waar het over zou gaan en ik had me al een beetje in kunnen lezen. Alle studenten (behalve het meisje waar ik naast zat en het meisje daarnaast en de jongen daarnaast, die hadden daar geen zin in) lezen voor dat vak hetzelfde boek, waarna er tijdens college meer over wordt verteld. In de pauze heb ik nog even met Laura gesproken (kort maar krachtig, maar wel leuk om iemand van internet eens te ontmoeten!) en daarna vertrok ik naar het station.

Om vijf uur was ik op Schiphol, was ik van mening dat ik de trein van 17:20 niet meer zou kunnen halen en vroeg ik me een uur later af waarom ik die trein in godsnaam niet wél had genomen. Nu was ik namelijk pas om kwart voor tien thuis. Ach ja. Je moet wat voor je toekomst over hebben.

Wat mijn uiteindelijke studiekeuze betreft, ze zeggen toch altijd dat je op je gevoel moet afgaan? Er is één studie waar ik echt een goed gevoel bij had en dat was Film- en Literatuurwetenschap. Ik vind het nog een beetje moeilijk om te zeggen (zo definitief!), maar toch doe ik: mijn studiekeuze is gemaakt! Volgend jaar ben ik eerstejaars Film- en Literatuurwetenschap in het verre, verre Leiden. Ik heb er zin in!

Ik was nogal een boekenwurm

Als kind las ik veel. Heel veel. Tijdens mijn ontbijt, op de wc, onder de rekenles, in bed, bad en het liefst zelfs onder de douche. Ik las ook nog eens snel, en dus gingen er elke dag wel één of twee boeken doorheen. Ik kwam meerdere malen per week in de bibliotheek (‘Hoi Kim, ben je daar weer, dat ene boek is weer binnen hoor.’) en vroeg op mijn elfde of ik misschien een sterabonnement mocht, ook al was die bedoeld voor mensen van 25 jaar of ouder. Dat is er nooit van gekomen, mijn ouders vonden het niet nodig.

Je kunt dus wel zeggen dat ik veel jeugdboeken heb gelezen, waarvan een heleboel meerdere keren. Ik las allerlei genres door elkaar en kan me van elke genre nog wel wat herinneren. Mijn favoriete jeugdboeken? Nou…

Helaas kon ik niet alles vinden, maar dit is in ieder geval een deel van mijn jeugdboekencollectie. ;)


Hector Malot – Alleen op de wereld
Als ik één favoriet jeugdboek zou moeten noemen, zou het deze zijn. Toen ik een jaar of negen was vond ik een verouderde versie met veel te veel moeilijke woorden in het nachtkastje van mijn vader en heb het gelezen. Heel stiekem, want ik wilde niet dat mijn ouders erachter kwamen dat ik zulke moeilijke boeken las. Ik snapte lang niet alles, maar heb het hele boek door de tranen in mijn ogen gehad. In groep zeven stond het boek bij de ‘klassieke Lijsters’, en bestelde ik dat pakketje. Het eerste boek dat ik eruit las was natuurlijk Alleen op de wereld, en deze, makkelijker geschreven, versie staat nog altijd in mijn boekenkast en zal er niet snel uit verdwijnen.

Tonke Dragt – De brief van de koning
Mijn vader heeft ook altijd veel gelezen en kwam op een gegeven moment aanzetten met een groot, rood boek, dat van hem was geweest. Het ging over een jongetje in een fantasieland dat een groot, spannend avontuur beleefde. Dat klonk mij als muziek in de oren en al snel werd ook De brief van de koning één van mijn favorieten. Andere boeken van Tonke Dragt vond ik nooit zo geweldig als deze, maar Ronja de roversdochter en De gebroeders Leeuwenhart heb ik toch ook wel meerdere malen gelezen.  De brief van de koning staat echter nog steeds op de boekenplank, gebroederlijk naast Alleen op de wereld.

Historische romans
Oh, als er één schrijver is wiens oeuvre ik kan dromen, is het Thea Beckman. Kruistocht in spijkerbroek, Geef me de ruimte, Hasse Simonsdochter, Stad in de storm… Stuk voor stuk behoorden ze tot het  rijtje boeken dat ik tig keer heb gelezen en me nooit verveelde. Heerlijk dikke pillen, interessante onderwerpen (ik wist alles over het dagelijks leven in de tachtigjarige oorlog, maar had geen idee waar de oorlog zelf over ging. Ik was er ook heilig van overtuigd dat iemand uit Spanje een spanjool was, zo zeiden ze dat immers ook in de boeken!) en een schrijfstijl die mij helemaal meesleepte.

Thea Beckman was echter niet de enige historische-romanschrijfster (mooi woord) die ik fantastisch vond, ook Simone van der Vlugt haar boeken heb ik verslonden. De bastaard van Brussel, De amulet, Schijndood, Jehanne, Zwarte sneeuw en vooral Bloedgeld waren grote favorieten. Geschiedenis vond (vind nog steeds trouwens) ik duidelijk erg interessant.

En andere boeken
Ik was natuurlijk ook gewoon een meisje dat boeken las over liefde, humor, paarden en dolfijnen. Vooral paarden deden het goed bij mij. Van Bianca en Romana en Ragebol heb ik bijvoorbeeld nog steeds een hele stapel staan. Wie de schrijver is, geen idee, daar ging het niet om. Het ging over paarden, dat was het enige wat telde. Een andere favoriete serie, die helaas niet in onze bibliotheek te verkrijgen was, was De olijke tweeling, over Ellis en Thelma die zichzelf elke keer weer in de nesten wisten te werken en die mij deden wensen dat ik ook een tweelingzus had. Zoiets geldt ook voor De vijf, ik wilde ook zulke vrienden en een hond en een eigen eiland waar ik allemaal avonturen beleefde!

 Ik zou het liefst nog meer boeken opnoemen, maar dan wordt dit blogje wel heel lang. Tegenwoordig lees ik nog wel, maar helaas niet meer zoveel als vroeger. Een boek per dag is nu echt niet meer haalbaar, een boek per week lukt slechts af en toe. Toch houd ik nog steeds van lezen en wil ik het ook echt blijven volhouden. Ik vind het zo heerlijk om me te kunnen verplaatsen naar een andere wereld! Bij jeugdliteratuur gaat dat makkelijker dan bij ‘volwassen’ boeken, en daarom zullen ze toch altijd een beetje speciaal voor me zijn.

Wat zijn jouw favoriete jeugdboeken?